www.vooruit.be

Wanneer avant-punk en surrealistische graphics elkaar vinden

 

Omschrijving

Een open huwelijk tussen underground muziek en beeldende kunst, dat is Uncanny Valley. In 2016 stond de LA Free Music Society nog centraal - met coryfeeën als Paul Mccarthy, Extended Organ en Wolf Eyes. Tijdens deze tweede editie plaatsen we het legendarische avant-punk duo Lightning Bolt van Brian Chippendale en Brian Gibson in de kijker. Gonzo-journalist Tom Nys doet uit de doeken waarom je begin mei hun enige passage op Belgische bodem dit jaar best niet mist.

In Providence, het hoofdstadje van de Amerikaanse staat Rhode Island, valt al bij al weinig te beleven. Het heeft beduidend minder inwoners dan Gent maar heeft dan wel weer een geschiedenis van verloren gegane textielindustrie gemeenschappelijk.
Het zijn vooral twee onderwijsinstellingen die vandaag voor het meest animo zorgen in de stad aan de Amerikaanse Oostkust: Brown University en Rhode Island School of Design. Die laatste vindt weerklank tot ver buiten de grenzen van de VS, als een van de meest gerenommeerde kunstopleidingen wereldwijd én met een imponerende lijst van alumni. Twee van die oud-leerlingen begonnen 25 jaar geleden met een band: Lightning Bolt. Anno 2018 zijn Brian Chippendale en Brian Gibson nog steeds hofleveranciers van maniakaal maar uiterst groovey lawaai.

Bas met banjosnaren
Aanvankelijk probeerde het duo het nog met een gitarist en een zanger, maar al snel beseften de twee Brians dat de combinatie van bas en drums volstond. Hisham Bharoocha, de medeleerling die aanvankelijk instond voor het vocale gedeelte, zou daarna noisecombo Black Dice oprichten. Chippendale en Gibson amuseerden zich in die beginperiode vooral met improvisaties, zelfs wanneer ze optraden. Echte songs schrijven hoorde er niet bij.

Bijkomend probleem: de twee verschilden zo van karakter dat ze niet meteen geweldig met elkaar opschoten. Gibson verhuisde zelfs voor een tijdje naar New York, waar hij in dienst trad bij de bekende conceptuele kunstenaar Sol Lewitt en mee diens muurtekeningen uitvoerde. Toch een opmerkelijke kanttekening in de biografie van een band die al ruim een kwarteeuw samen speelt. Elkaar ruimte gunnen, dat blijkt het toverrecept van Lightning Bolt te zijn.

Het conventioneel bespelen van instrumenten was bij Lightning Bolt nooit echt aan de orde: Gibson sleurt zijn basgeluid door zodanig veel pedalen en effectenboxen dat het wordt vervormd tot de waanzinnigste klanken. Reken daarbij nog banjosnaren op zijn bas en een eigenzinnige afstelling en je snapt hoe Gibson aan zijn sound komt.
Door de eerder ongewone, frenetieke en syncopische manier van drummen, is ook Chippendales drumopstelling best apart. Bovendien ontbeert dat drumstel enkele traditionele cimbalen. De occasionele zanglijnen die Chippendale toevoegt, gaan via een zelfgeknutselde microfoon in een skimasker, en worden wederom door een effectenmangel gehaald.
Met dat bewerkte en beperkte instrumentarium nam het duo talloze songs op, gebundeld in zes albums, één mini-album, drie 7 inches, enkele split singles en een DVD.

Accelerando
Nochtans hebben de heren altijd volgehouden dat het opnemen met Lightning Bolt niet hun favoriete bezigheid is. Meestal gebeurde dat zonder al te veel franjes in hun repetitieruimte, maar voor hun laatste langspeler - het in 2015 verschenen ‘Fantasy Empire’ - trokken ze toch de studio in, naar een kleine opnamefaciliteit van vrienden in Providence. Zelf spraken ze toen van een omwenteling maar het typisch, volle geluid van Lightning Bolt bleef overeind.

Er zit punk en metal in Lightning Bolt, maar evengoed freejazz en garagerock. En ondanks de effectenbrij en erupties van energie is hun muziek hoe dan ook enorm catchy, dankzij de combinatie van Gibsons riffs en Chippendales ritmes. Ook het repetitieve karakter draagt daartoe bij: passages worden een lange tijd herhaald, vaak accelerando. Het effect op het publiek tijdens de optredens van de groep is dan ook navenant.

Lightning Bolt ervaar je het best live, want iedere show is een intensieve uitwisseling van punches tussen het duo en de aanwezigen. Gedurende jaren negeerden Chippendale en Gibson daarom het podium en plaatsten hun set-up en muur van speakers in het midden van de zaal. Dat leidde er wel eens toe dat jonge fans over de drumkit vlogen of iemand een basgitaar in het gezicht kreeg. Anderzijds laafden de twee muzikanten zich aan de geestdrift rondom hen en werd het publiek rechtstreeks betrokken bij elke live optreden.

Iedere Lightning Bolt-show is een intensieve uitwisseling van punches tussen het duo en het publiek.

Die eigenzinnige manier van spelen is verre van een gimmick: het is een praktijk die al vele generaties bestaat in verschillende alternatieve muziekscenes, zoals hardcore of punk, waar het DIY-principe voorop staat. En als er dan toch op een podium moet worden opgetreden, dan worden de fans en masse uitgenodigd om erbij te komen. Een mooi voorbeeld van de democratische, horizontale natuur van de scene.

Fort Thunder
De densiteit van Lightning Bolt merk je niet alleen in hun songs of tijdens hun optredens, maar evenzeer in de ietwat bizarre tekeningen en collages op hun platenhoezen. Die hoezen zijn allemaal van de hand van Brian Chippendale zelf, die al tekent sinds zijn jeugd. Chippendales artwork voor Lightning Bolt resulteerde niet alleen in een aantal tentoonstellingen, maar ook in de publicatie van verscheidene strips. Denk maar aan pareltjes zoals ‘Ninja’ (2006), ‘Maggots’ (2007) en het twee jaar geleden gepubliceerde meesterwerkje ‘Puke Force’. De gelaagdheid en dichtheid van Chippendales muzikale output worden weerspiegeld in het horror vacui dat kenmerkend is voor zijn beeldende kunst.

In 1999 huurden Chippendale en enkele kompanen een voormalige opslagplaats in Providence: Fort Thunder. Die plek herbergde ateliers, repetitieruimtes, een plek voor optredens en woongelegenheden. Het zou, tot de stopzetting in 2001, de uitvalsbasis van Lightning Bolt blijven. De plek was visueel overweldigend door de vele muurtekeningen, beesten van pluche, posters en poppen, en vormde het epicentrum van een aanstormende scene van muzikanten, kunstenaars, grafici, kledingontwerpers en ander schoon volk.

Uit Fort Thunder ontstond het collectief Forcefield, een viertal dat zich aanvankelijk onder bizarre pseudoniemen uitte als muziekband - en zelfs met Lightning Bolt op tour trok. Forcefield creëerde ook totaalinstallaties, waarmee ze in 2002 geselecteerd werden voor de prestigieuze Whitney Biënnale voor eigentijdse, Amerikaanse kunst. Heel even leek het alsof de wilde, excessieve vibe die werd geassocieerd met Providence en Lightning Bolt voor even naar New York werd getransponeerd.
Maar ondertussen bleef de andere Brian niet bij de pakken zitten: Gibson stortte zich op het ontwikkelen van videogames. Hij was lange tijd één van de belangrijkste werknemers van een bedrijfje dat zich specialiseerde in muziekgames. Daarna zou hij zijn eigen firma oprichten: met Drool gaf hij in 2016 het goed onthaalde spel ‘Thumper’ uit.

Van Black Pus tot Björk
Alsof dat allemaal nog niet genoeg lijkt, houden Chippendale en Gibson er nog een resem andere bands en muziekprojecten op na. Zo drumt Gibson sinds 2006 in het metalcombo Megasus en is actief in Wizardzz. Chippendale richtte rond dezelfde periode Mindflayer op met ex-Forcefield Matt Brinkman. Als Black Pus - ook te zien op Uncanny Valley II - doet hij solo zijn ding. Onder deze nom de plume gaat Chippendale volledig loos met elektronica, effectendozen, mismeesterde vocals en uiteraard zijn typische drumgeluid. In 2007 was Chippendale dan weer drummer van dienst op het Björk-album ‘Volta’. En toonaangevend muziekmagazine Rolling Stone plaatste hem dan weer in de lijst van de honderd beste drummers ter wereld.

 

Er wordt wel eens beweerd dat overdaad schaadt, maar de scene rond Lightning Bolt bewijst manifest het tegendeel. Drie dagen Uncanny Valley II zullen dat bewijzen.

tekst: Tom Nys

Dit artikel werd geschreven op 19.04.18

Reageer