Over de nieuwe voorstelling van Elly Van Eeghem

Régis Dragonetti (KASK) ontrafelt de artistieke pratijk van Elly Van Eeghem



De artistieke praktijk van Elly Van Eeghem vertrekt vanuit een fascinatie voor stadsontwikkeling, en dan met name de vaak opmerkelijke spreidstand tussen plan en werkelijkheid. In haar doctoraat in de kunsten, (Dis)placed interventions, past de kunstenaar driemaal hetzelfde procedé toe. In een eerste fase maakt ze een documentaire over een markant stukje buitenlandse grootstad. Het resultaat laat ze vervolgens zien in een Gentse randwijk, waarna ze samen met de bewoners op zoek gaat naar raakpunten in de vorm van een collectief buurtproject. Onderweg raken stadsweefsels, verhalen en mensenlevens onvermijdelijk met elkaar verknoopt. Hieronder volgt een kleine ontrafeling.

 


Displacement #1: Asnières-sur-Seine (Parijs) — Bloemekenswijk (Gent)

Het verhaal begint in de Parijse banlieue Asnières-sur-Seine. Onder impuls van het grootschalige stadsvernieuwingsproject Le Grand Paris gingen ondanks de hoge nood heel wat sociale woningen tegen de vlakte, onder meer in de lokale Quartier des Fleurs. Vreemd genoeg valt er ook vandaag nog steeds heel wat leegstand en terrains vagues te betreuren. Huisvestingsmaatschappijen en lokale overheden spelen elkaar de zwarte piet toe. Weinig verrassend is de ware toedracht door winst gedreven: een onwelriekende combinatie van grondspeculatie, te hoge prijzen en bewuste verkrotting.


Deze toestand deed heel wat bewoners van de Gentse Bloemekenswijk denken aan hun eigenste infame Jan Yoensstraat, waar dichtgetimmerde woonblokken het straatbeeld bepaalden. Bij gebrek aan een ontmoetingsplek stelde Van Eeghem voor om op deze plek samen een cinema op te richten, als een nazaat van de teloorgegane Cinema Forum aan het nabije Van Beverenplein. Afvalcontainers van jonge verbouwers leverden de bouwmaterialen. Het ‘barrakige’ karakter van de bioscoop deed bovendien denken aan een reeks houten noodwoningen, waar oudere bewoners na de Tweede Wereldoorlog ooit een onderkomen hadden gevonden.

 


Displacement #2: Hufeisensiedlung (Berlijn) — Malem (Gent)

De Hufeisensiedlung in het Berlijnse Neukölln is een iconische tuinwijk uit jaren 1920. Bauhausarchitect Bruno Taut beoogde aangename woningen voor ‘de gewone man’. Door een misrekening in de bouwkosten bleek de hoefijzervormige woonkolonie echter vooral aan te slaan bij de middenklasse. Vandaag heeft ze als UNESCO werelderfgoed zelfs een bepaald sjieke reputatie. Een arbeider heeft er nooit gewoond.


Plan en uitvoering, het zijn onderscheiden dingen, maar ook tussen verkooppraatjes en werkelijkheid durft al eens een kloofje gapen. Toen Van Eeghem een babbeltje sloeg met een projectontwikkelaar over diens nieuwbouwwijk naast de sociale woonwijk Malem, keek die niet op een verbloeming meer of minder. Een doodgewoon parkeerterrein werd een “parkeerhaven”, en waar de man de straat bedoelde, sprak hij zowaar over een “verharde tuin”. Dat bracht Van Eeghem op het idee om samen met buurtbewoners van Malem een lexicon aan te leggen met uitgevonden woorden die een utopische toekomst voor de buurt beschrijven. Uit deze neologismen groeiden vervolgens maquettes, die op hun beurt een grote installatie gingen vormen.

 


Displacement #3: The Town of Mount Royal / Park Extension (Montreal) — Nieuw Gent / Sterre (Gent)

Montreal mag dan wel bekend staan om haar gastvrije, multiculturele karakter, de drukke zesvaksbaan, bomenrij en het metalen hek tussen de welgestelde Town of Mount Royal en het volkse Park Extension laat weinig aan de verbeelding over. Sterker nog, The Town of Mount Royal is niet alleen een verkeersluwe oase, ze heeft bovendien een onafhankelijk statuut, waardoor ze zich niet door bouwschriften en grootstedelijke bepalingen gehinderd weet. Een enclave voor rijke burgers dus.


Die notie van ontoegankelijkheid kwam ook terug in Nieuw Gent. Wie google maps erop naslaat, merkt uitgebreide groene zones. Alleen lagen die vaak verdoken op niet-publieke domeinen: een domein van de Gebroeders van Liefde, een ziekenhuiscampus en een universiteitscampus. Van Eeghem richtte een buurtatelier voor publieke ruimte op en trachtte samen met bewoners de oorspronkelijke betekenis van “campus” — een open veld — in ere te herstellen. Dat deden ze middels een centraal gelegen paviljoen, van waaruit vijf bewegwijzerde wandelroutes vertrekken, die alle werden ingehuldigd met feestelijke parades. Verder werden de buitenruimtes geactiveerd met allerlei zelfgebouwd meubilair zoals schommels, bruggetjes en bankjes.

 

In januari presenteert Elly Van Eeghem een boek en afsluitende podiumvoorstelling. Het boek is een eigenzinnige poging iets van het hierboven beschreven kluwen te capteren, maar bevat genoeg losse eindjes om jonge makers zelf de stad in te sturen. De voorstelling laat zich dan weer lezen als een fictieve stad, waarin ongetwijfeld heel wat rafels van de afgelopen zes jaar ingeweefd zijn. Ga dat zien.

 

'(Dis)placed Interventions'
24 25.01, telkens om 20:00 in de Domzaal in Vooruit
Klik hier voor tickets

 

 

Tekst: Régis Dragonetti

Verschenen op Onrust, het Agendamagazine van KASK & Conservatorium